Gemeenten mogen zelf beslissen of hun gemeenschapswachten bij warm weer een korte broek mogen dragen. Dat bevestigt minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) in antwoord op een schriftelijke vraag van Kamerlid Maaike De Vreese (N-VA).
Het ministerieel besluit van 7 december 2008 schrijft voor dat de werkkleding van gemeenschapswachten onder meer bestaat uit een "donkergrijze of zwarte broek", maar preciseert niet of het daarbij uitsluitend om een lange broek gaat. Die onduidelijkheid leefde al geruime tijd onder andere bij Burgemeester van Koksijde Sander Loonens (N-VA): 'In onze kustgemeente kunnen de medewerkers van de groendienst, openbare netheid, schoonmakers,... al langer in korte broek aan de slag. Mooi dat dit nu ook voor onze gemeenschapswachten kan. Na de vraag van collega De Vreese en dit positieve antwoord van de minister paste ik onmiddellijk de instructies aan. Ideaal in deze hitte!'.
De minister maakt op die manier komaf met de juridische twijfel: bij gebrek aan verdere verduidelijking in de regelgeving komt het aan de dienst gemeenschapswachten van elke gemeente toe om hierin een keuze te maken. Gemeenten kunnen dus zelf beslissen of een korte broek toegelaten wordt, rekening houdend met de concrete werkomstandigheden zoals periodes van hoge temperaturen. Voorwaarde blijft wel dat de functie steeds een professionele en herkenbare uitstraling behoudt.
"Onze gemeenschapswachten staan elke dag op straat, ook tijdens de heetste zomerdagen", zegt De Vreese. "Het is goed dat er nu duidelijkheid is: bij sommige gemeenten bestond er twijfel omtrent de kledijvoorschriften. Op deze manier is het voor de gemeenten duidelijk dat zij zelf mogen beslissen of de gemeenschapswachten een korte broek mogen dragen wanneer de temperaturen dat vragen. Een kleine maatregel, maar een verschil voor wie in de hitte zijn werk doet."